Categorieën
Schaken

Op zoek naar Paul Keres (1/6)

Het is 2020. In de wereld woedt een pandemie. In Jekaterinenburg bestaat men het om het Kandidatentoernooi door te laten gaan. Er doet een Nederlander mee. Deze vindt het blijkbaar geen probleem om in deze situatie risico’s te lopen voor zichzelf, en daarmee ook voor anderen. Maar gisteren is het toernooi gestopt. In Rusland wordt het openbare leven stilgelegd. Daar blijkt deze Nederlander nog verontwaardigd over te zijn ook. Er zijn zelfs schakers die hem daarin gelijk geven. Schakers: wereldvreemder en dommer krijg je ze soms niet. De schaakwereld is de Gekke Henkie van de internationale sportwereld, zo lijkt het wel.

Gelukkig valt er ook veel te genieten van schakers en van het schaakwereldje. Het is 2019. Ik leer tijdens mijn werkverblijf in Wenen Kineke Mulder kennen. Zij organiseert geweldige schaakevenementen met de bedoeling om mensen dichter bij elkaar te brengen. Wij gaan naar Wenen om haar te bezoeken en om een schaaktoernooi in de open lucht, in hartje centrum, te spelen. Het wordt een onvergetelijke ervaring! En in de week daarvoor doet een vriendenclub van Fischer Z mee aan de Chess Train. Dat is een schaaktoernooi in een trein, die Praag, Karlovy Vary, Český Krumlov, Brno en Trenčín aandeed.

Paul Keres, 14 januari 1969 tijdens het Hoogovens Schaaktoernooi. Foto Erik Koch, Fotocollectie Anefo, Nationaal Archief.

Er zijn domme schakers, er zijn lieve schakers, en er zijn schakers met een fascinerende geschiedenis.

Het is 2016. Ik heb een wat minder florissante periode achter de rug. Ik heb een vakantie naar de Baltische staten geboekt. Zoals gewoonlijk bereid ik me goed voor. Ik heb vooraf Baltische Zielen van Jan Brokken gelezen. Ik heb een degelijke reisgids mee. De reis begint in Tallinn. Ik heb besloten om op de eerste dag de begraafplaats op te zoeken. Mijn doel is het graf van Paul Keres. Ik weet dat Paul Keres de enige schaker is die het geschopt heeft tot een bankbiljet. Bovendien weet ik dat Paul Keres een wereldtopper is geweest en dat hij fantastische schaakboeken heeft geschreven.

Paul Keres op het 5-kronen bankbiljet van Estland.
Cadeau van Minze bij de Weg.
Foto: Frans Smit

De begraafplaats ligt op een heuvel die iets buiten Tallinn ligt, op weg naar de TV toren die tijdens de opstand in 1991 een belangrijke rol heeft gespeeld. Bij de ingang van de begraafplaats staat een plattegrond. Daarop staan graven van beroemde mensen aangeduid. Paul Keres staat er bij. Ik begrijp dat ik linksaf moet en dat het graf dan dichtbij te vinden is. Dat valt tegen. Na ongeveer half uur heb ik het graf nog steeds niet opgespoord. Dat is ook niet erg. Het is een prachtige, lommerrijke begraafplaats met kronkelige paadjes die de hele heuvel beslaat. Uiteindelijk geef ik het op en ga ik maar zwerven. Daardoor kom ik weer bij dezelfde ingang. Ik ga de plattegrond weer bestuderen, in een uiterste poging om mijn doel te bereiken. Nu ga ik rechtsaf. Zo ongeveer het eerste graf dat ik tegenkom, is dat van Paul Keres. De zoektocht is geslaagd, de held is gevonden.

Het graf van Paul Keres, Tallinn. Foto: Frans Smit

In de daaropvolgende dagen lijkt het wel alsof ik in een meerdaagse thema-excursie over Paul Keres terecht ben gekomen. 2016 blijkt een jubileumjaar te zijn. Het is Keres’ 100e geboortejaar. Waar ik ook kom, Keres is alom aanwezig. Er wordt een postzegel uitgegeven.

Postzegels uit 2016. Paul Keres wordt 100! Foto: Frans Smit

In 2016 wordt ook een Euro-herdenkingsmunt geslagen. De luxe uitgave van de munt is niet meer verkrijgbaar, maar toch weet ik er een paar dagen later eentje te bemachtigen in een postkantoor in Kuressaare, op Saaremaa. De dag daarvoor zijn we in Pärnu. Daar staat een klein standbeeld in een tuin voor een schoolgebouw. En ja, ook dat blijkt Paul Keres te verbeelden.

Standbeeld van Paul Keres in Pärnu. Foto: Frans Smit

Zijn standbeeld staat er sinds 1996, zijn 80e geboortedag.

En dan zijn er nog het Paul Keres-museum in Tallinn en het mooie beeld in Narva, zijn geboortestad. Beide heb ik niet gezien.

Paul Keres is, zo leer ik later thuis, bovendien de enige schaker waar een ballet aan is gewijd.

Er zijn op zijn minst twee bijzondere aspecten aan de heldenstatus van Paul Keres. Het eerste aspect is, zoals al gezegd, dat Paul Keres een schaker was. Geen enkele schaker ter wereld heeft zoveel eer gekregen in zijn eigen land.

Het tweede aspect is dat hij een held in twee staten is geweest. Hij was een held in zijn jonge jaren in Estland, toen hij zich naar de wereldtop schaakte. Daarna werd hij ook een held in de Sovjet-Unie. Hij werd Sportman van het Jaar. Hij kreeg in 1975 een staatsbegrafenis waarbij 100.000 mensen aanwezig waren. Hij werd in de Sovjet-Unie ook al herdacht met een postzegel, in 1991.

Na de hernieuwde onafhankelijkheid werd hij wederom een held in Estland. Dat is opmerkelijk, als je de geschiedenis van Estland in de 20e eeuw beschouwt.

(Wordt vervolgd)

Categorieën
Schaken

Vrijdagochtend Bestaat Niet. Nu ook digitaal niet!

In de jaren 90 van de vorige eeuw was ik secretaris van de Amsterdamse Schaakvereniging De Raadsheer. In die tijd werkte ik als ICT-er. Ik deed niet waarvoor ik was opgeleid: historisch onderzoek doen. Dat was jammer. Maar er bestond een oplossing. In mijn eigen woning.

In een veilige kast in mijn flat stond ongeveer 80 centimeter aan archiefmateriaal van De Raadsheer geduldig op me te wachten. Bovendien was er een mooie aanleiding om er iets mee te gaan doen. De Raadsheer zou namelijk in 1997 haar 75-jarig jubileum vieren.

“Means, Motive and Opportunity” waren aanwezig. Ik heb daarom, geholpen door ongeveer de hele Raadsheer en door vriendinnen, vrienden en familie, de geschiedenis van de club geschreven. Het resultaat was een boek met een toepasselijke titel: “Vrijdagochtend Bestaat Niet.”

Het is naar mijn mening niet alleen een boek geworden dat leuk is voor wie De Raadsheer kent. Het is ook een kleine sociaal-economische geschiedenis van Amsterdam Oost. En het is een interessante sportgeschiedenis. Dat geldt zeker voor de periode 1922-1945.

Het leek me een aardig idee om het boek na al die jaren gratis digitaal beschikbaar te stellen. Daar was het bestuur van De Raadsheer het van harte mee eens.

Hieronder kun je het boek in twee bestandsformaten downloaden: in PDF/A, en in EPub. Die laatste komt naar je toe in een Zip-file. EPub is het formaat voor E-readers, en is prettiger leesbaar.

De versies wijken licht af van het origineel. Een verantwoording is daarom toegevoegd. Er is echter tittel noch jota veranderd aan de tekst.

Vrijdagochtend bestaat niet” bestaat dus nu ook digitaal (niet). Voor de ware liefhebber!

Het Archief van Schaakvereniging De Raadsheer is overigens al geruime tijd veilig opgeborgen, én grotendeels beschikbaar voor raadpleging, in het Stadsarchief Amsterdam.

Categorieën
Informatietheorie

Sisyphus On A Roll (4/4)

Sisyphus volgens Tiziano, Museo del Prado.

In de vorige blog is geprobeerd om een definitie te geven van een record met behulp van het instrumentarium van bepaald niet de minste filosoof uit de Westerse traditie: Aristoteles.

Deze stelde, in tegenstelling tot zijn leermeester Plato, dat de werkelijkheid kenbaar is door zintuiglijke waarneming. Die kenbare werkelijkheid bestaat volgens Aristoteles uit substanties. Deze bestaan uit materie en vorm. Zij hebben een oorzaak en een doel. Alle andere eigenschappen van substanties zijn niet essentieel.

We zijn tegenwoordig wat bescheidener in onze inschatting van onze capaciteiten om de werkelijkheid te kennen. Dat neemt echter niet weg dat Aristoteles een prachtig denkmodel heeft gecreëerd waarmee we die werkelijkheid beter kunnen begrijpen. Dat blijkt in ieder geval voor mijn vakgebied. Als je een record, of een archiefstuk, op zijn Aristoteliaans definieert, dan kom je op de volgende heldere, datagerichte en dus eigentijdse karakterisering.

De materie van een record bestaat uit data. De vorm bestaat uit informatie. De oorzaak is de verwerking van de informatie in een activiteit. En de doelen zijn reconstructie en hergebruik van de informatie.

We moeten echter nog een extra inspanning doen om Sisyphus bergopwaarts te helpen. Die bestaat uit het zoeken naar een antwoord op de vraag: hoe veranderlijk is de werkelijkheid? En in ons geval: hoe veranderlijk is een record? En ook daarbij is Aristoteles behulpzaam.

De werkelijkheid verandert voortdurend. Iedere actuele situatie is een momentopname. En dat geldt ook voor records. Het maakt daarbij in beginsel niet uit of je het hebt over analoge of digitale informatie. Oude archiefstukken zijn doorgaans regelmatig gerestaureerd. Inkt kan het papier bedreigen, de kleur kan verdwijnen en het papier zelf kan vergaan. Dat principe is in een digitale wereld niet anders. Alleen gaat de verandering daar veel sneller. Je kunt daar spreken van voortdurende bedreigingen. Informatiedragers kunnen onbruikbaar worden, software kan verouderd raken, bestandsformaten kunnen onleesbaar worden. Preservering van digitale informatie is een wetenschap op zich geworden.

Het denksysteem van Aristoteles biedt de mogelijkheid om veranderlijkheid van substanties een plaats te geven. Hij maakt daarbij gebruik van de begrippen Potentie en Act. De materie in een substantie draagt de mogelijkheid in zich om uit te groeien tot een volmaakte vorm.

In het volgende citaat wordt uitgelegd wat Aristoteles bedoelt: “Elke bestaande constellatie van stof en vorm is een actuele toestand. Die kan echter overgaan in een andere toestand, doordat elke act in zich de mogelijkheid [potentie] draagt om die bepaalde modificatie te ondergaan. En die potentie is op haar beurt doelgericht: ze streeft naar de volmaakte ontplooiing van alle met de vorm gegeven kenmerken. Als dat mislukt (en dat gebeurt in de natuur regelmatig), is de mislukking aan accidentele kenmerken te wijten die de ontplooiing belemmeren” (Bron: Antoon Braeckman, Bart Raymaekers en Gerd van Riel, Wijsbegeerte, Leuven, 2018, p.55).

De Potentie van een record bestaat uit ruwe data. De Act bestaat uit het tot informatie worden van die data.

Dit perspectief sluit perfect aan bij mijn overtuiging dat records, zeker in een digitale wereld, nooit zijn, maar altijd worden. Het is iedere keer weer een poging om te informeren. Het is iedere keer weer een Sisyphus-arbeid. Waarbij de “authentieke”, “oorspronkelijke” vorm eigenlijk nooit meer helemaal bereikt kan worden.

In de archiefwetenschap bestaat dit begrip over digitale records al enige tijd. Zo schrijven Luciana Duranti en Kenneth Thibodeau in 2006 het volgende: “The content, form, and wholeness of electronic documents are determined conceptually and logically rather than physically. A person’s conception of a digital document depends on how it is manifested to him or her. It may be manifested on a screen or on some other output device. This manifestation is fundamentally different from the way the document is encoded and inscribed on a durable digital medium. The digital encoding, which is typically described by technologists in a logical model, enables a computer to produce or reproduce the intended manifestation, but it does not have the same form and in practically all cases will not have the same content as the manifested document.” (Bron: Luciana Duranti and Kenneth Thibodeau, The Concept of Record in Interactive, Experiential and Dynamic Environments: the View of InterPARES, in Archival Science (2006) 6:13–68, p.28).

Je zou er op zijn Aristoteliaans aan kunnen toevoegen: het conceptueel en logisch begrip gaat over de vorm, en het fysieke begrip gaat over de materie.

De mediafilosoof Vilem Flusser schreef al in 1985 een geweldig boek over de invloed van digitaliteit op onze cultuur. Digitale informatie, dat bij hem een “Technisch Beeld” wordt genoemd, en dat op zijn Aristoteliaans een Vorm zou kunnen worden genoemd, is altijd in een staat van wording. Vilem Flusser schrijft: “Je moet proberen deze puntdeeltjes bijeen te rapen om ze weer concreet (begrijpelijk, voorstelbaar, behandelbaar) te maken. (…) Technische beelden zijn uitdrukking van de poging om de partikels om ons heen en in ons bewustzijn tot oppervlakken bijeen te garen, de gapende intervallen ertussen op te villen; om elementen, zoals enerzijds fotonen of elektronen en anderzijds informatiebits, in beeld te zetten.” (Bron: Vilem Flussser, In het universum van de technische beelden, (1985), Utrecht 2014, vert. Marc Geeraards, p. 23)

Sisyphus komt hiermee op het hoogste punt dat hij bereiken kan. Aristoteles heeft hem bij de hand genomen en hem, en zijn steen, bergopwaarts geleid.

Met het model van Aristoteles kun je op mijn vakgebied een verklarend bouwwerk oprichten dat effectief is. Bovendien valt het tamelijk eenvoudig te communiceren.

Ik ben ervan overtuigd dat deze denkoefening een begrip van records heeft opgeleverd dat consistenter, completer en kernachtiger is dan de definities die ik doorgaans tegenkom. Bovendien zijn ze gegrond op de klassieke filosofie, de hedendaagse informatiefilosofie en de eigentijdse archieftheorie.

Let Me Roll It, Let Me Roll It To You – Paul McCartney

PS: De volgende keer gaat het over iets echt ingewikkelds: Schaken!

Categorieën
Informatietheorie

Aristoteles Rocks! (3/4)

Als je, zoals Sisyphus in de vorige blog, de mogelijkheid hebt om langs minimaal 7 verschillende paden bergopwaarts te gaan, dan sta je voor een stevige keuze. En wie weet is er wel een achtste weg, die nog beter blijkt te zijn. Je beseft dat de steen aan het eind van al het gezwoeg gewoon weer naar beneden zal rollen. En toch ben je, volgens Camus, het evenbeeld van een gelukkig mens.

We kunnen onze mythische held iets gelukkiger maken door te proberen om hem de helpende hand te bieden. We kunnen gaan redeneren als Aristoteles. Deze ging ervan uit dat de werkelijkheid volledig kenbaar en begrijpelijk is. Tegenwoordig tref je die overtuiging nauwelijks meer aan.

Dat wil echter niet zeggen dat zijn manier van denken onbruikbaar is. Integendeel, de methode van Aristoteles kan ons helpen om betere, meer doeltreffende, definities te maken. Die definities zijn dan weliswaar geen verklaring van de wereld, maar ze kunnen wel werktuigen zijn om die wereld iets beter te begrijpen en zelfs iets beter te maken.

Aristoteles

Aristoteles’ leerstelling is dat de werkelijkheid bestaat uit substanties. Een substantie bestaat uit materie, die afgebakend wordt door een vorm. Een substantie kent ook een oorzaak. Tenslotte kent een substantie een doel. Deze vier factoren bieden een prachtige, heldere structuur om een definitie te geven voor records, of laat ik het ook maar in het Nederlands proberen: archiefstukken. Het lijkt wel alsof alle puzzelstukjes moeiteloos in elkaar passen.

Immers: als we in dit digitale tijdperk de materie van records moeten aanduiden, dan denken we automatisch aan data. Er is een enorme hoeveelheid definities van gegevens, of van data. Het is geen geheim dat ik in deze theoretische vraagstukken Luciano Floridi volg. Deze geeft de volgende, abstracte, definitie van data: “The Diaphoric Definition of Data (DDD): A datum is a putative fact regarding some difference or lack of uniformity within some context.” (Bron: https://plato.stanford.edu/entries/information-semantic/ ) In mijn eigen woorden: een gegeven duidt een verschil aan.

Andere definities geven ook aan dat een gegeven vastgelegd moet zijn. Zie bijvoorbeeld onze eigen Wikipedia. Daar wordt een gegeven gedefinieerd als de “vastgelegde uitdrukking van een feit” (Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Gegeven) De vastlegging kan op allerlei wijze geschieden: van taalsymbolen op perkament tot een verzameling bits die wordt beheerd in de cloud.

De vorm van records is informatie. Met dat woord halen we ook een gigantische hoeveelheid wetenschappelijk debat binnen. Ik houd me, om Sisyphus toch een beetje vooruit te blijven helpen, wederom aan de definitie van informatie die door Luciano Floridi wordt gehanteerd. Die luidt als volgt: “The General Definition of Information (GDI): σ is an instance of information, understood as semantic content, if and only if: (GDI.1) σ consists of one or more data; (GDI.2) the data in σ are well-formed; (GDI.3) the well-formed data in σ are meaningful.” (Bron: https://plato.stanford.edu/entries/information-semantic/ )

Informatie is dus de vorm waarin de data worden gegoten. Die vorm stelt eisen aan data. Ze moeten een goede structuur hebben, en ze moeten betekenis hebben. Ik vind het mooi dat het werkwoord informeren op deze manier begrepen kan worden als het vormgeven aan data.

Een substantie moet volgens Aristoteles altijd een oorzaak hebben. Die is in het geval van records eenvoudig te aan te duiden. Een record kent altijd een vormer, of in het Engels: een creator. Ook daar stuiten we onvermijdelijk op een enorme hoeveelheid verschillende definities. Ik houd me hier hoofdzakelijk aan Geoffrey Yeo. Als ik zijn definitie volg, die ik in de vorige blog hanteerde, dan is een vormer “een persoon of organisatie die een rol speelt in een activiteit en daardoor informatie ontvangt of vervaardigt”. Hier zit ook een vleugje Nederlandse Archiefwet in. Een mooi aspect van de methode van Aristoteles is dat we met de oorzaak ook meteen een voor vakgenoten welbekende factor in archiefvorming een plaats kunnen geven: namelijk de ontstaanscontext.

Het vierde kenmerk van een substantie, volgens Aristoteles, is het doel. Daarover bestaat doorgaans weinig twijfel als het over records gaat. Die hebben twee doelen.Ten eerste dienen records er toe om de activiteit te kunnen reconstrueren waarin ze zijn gevormd. Ten tweede zijn ze bedoeld voor hergebruik in andere activiteiten.

Sisyphus is, vooruitgeduwd door Aristoteles, Geoffrey Yeo en Luciano Floridi, nu zo ver dat hij iets minder hoeft te zwoegen en op een redelijk begaanbaar pad bergopwaarts kan.

De vier kenmerken van een record zijn:

Materie = Data

Vorm = Informatie

Oorzaak = Vervaardiging of ontvangst gedurende een activiteit

Doel = Reconstructie en hergebruik

De definitie kan als volgt luiden: “Een record bestaat uit informatie die is ontvangen of vervaardigd tijdens een activiteit door degenen die een rol in die activiteit hebben vervuld. Met die informatie kan de activiteit worden gereconstrueerd. De informatie kan ook worden hergebruikt in andere activiteiten.” Het kan wellicht nog bondiger. Maar het is nu al redelijk laat. Sisyphus kan nu zeker weer een tijdje vooruit.

Dit zijn naar mijn mening de essentiële eigenschappen van records. Andere eigenschappen die aan records worden toegeschreven, bijvoorbeeld in de definities in mijn vorige blog, zijn niet essentieel.

O ja, die gelukkige Sisyphus in deze absurde wereld, dat ben ikzelf natuurlijk. En ik ben er rotsvast (sic!) van overtuigd dat de steen op enig moment ook wel weer keihard mijn heuvel af zal rollen. En dan begin ik vrolijk weer van voren af aan.

Ik ben vandaag jarig, en ik schrijf een theoretisch blog omdat ik alleen thuis moet blijven vanwege een vrijwel niet te stoppen virus. Mijn gebakje heb ik net verorberd, en straks neem ik een feestelijk biologisch wijntje. Bijna alles gaat op slot. Over een absurde wereld gesproken. Het is helemaal niet rationeel. We gaan weer door in een eeuwigdurende wederkeer.

Maar Aristoteles Rocks!

Nothing is real, and nothing to get hung about (The Beatles-Strawberry Fields Forever)

Categorieën
Informatietheorie

Sisyphus gaat aan de slag (2/4)

Het zijn absurde tijden. Binnen een paar dagen is het dagelijks leven totaal veranderd. Ik moet thuisblijven. Ik ga alleen naar buiten als het niet anders kan. De absurde kijk op de wereld van Albert Camus blijkt onverminderd actueel. Ik moet La Peste gaan herlezen. De Stad der Blinden van Jose Saramago is ook een passende leestip. Maar ik ben bang dat ik die roman kwijt ben. Misschien ben ik al zo blind dat ik het boek niet meer zie staan in de boekenkast.

Ik ga in deze omstandigheden toch proberen het geluk van Sisyphus te benaderen. Ik ga proberen wat nieuwe definities te maken die betrekking hebben op mijn vakgebied. De steen moet wat mij betreft vanaf de voet van de heuvel naar boven geduwd worden. Dat is een stevige maar louterende opgave, zoals we van Camus kunnen leren.

Schilders als Paul Cézanne en Giorgio Morandi hadden de voorkeur om steeds opnieuw hetzelfde landschap te schilderen. Op die manier ontdekten ze steeds weer nieuwe elementen in dat landschap. Bovenal ontdekten ze steeds weer nieuwe manieren om dat landschap waar te nemen, te interpreteren en weer te geven. Deze kunstenaars pasten een belangrijk filosofisch beginsel toe: waarnemen, denken en handelen beginnen altijd opnieuw bij het begin.

Laten we Sisyphus vragen om te vertrekken vanuit de theorievorming in de archiefwetenschappen. Hij komt dan meteen een probleem tegen. Welke naam geven we dat verschijnsel dat we willen definiëren? Het woord archief komt bijvoorbeeld in alle westerse talen wel voor. De betekenissen lopen echter uiteen.

In de Engelstalige literatuur bestaat een woord dat in andere talen dan weer niet in dit verband wordt gebruikt. Het gaat om het begrip record. Ik kende het woord aanvankelijk, als Beatles-fan, als het Engelse equivalent van een langspeelplaat. In mijn ogen zit daar wel een parallel. Een recording is een vastlegging. Een record is het object waarop wordt vastgelegd.

Het Engels is de Lingua Franca in de huidige archivistiek. Daarom is het vertrekpunt van Sisyphus een aantal definities van het begrip record. Ten eerste noem ik hier de definitie, of zoals hij het zelf noemt: karakterisering, van de prominente Londense archieftheoreticus Geoffrey Yeo. Die luidt als volgt: “To differentiate records from other kinds of representation, records can be characterized as persistent representations of activities, created by participants or observers of those activities or by their authorized proxies.” (Geoffrey Yeo, Concepts of Record (1): Evidence, Information, and Persistent Representations. The American Archivist, Vol. 70 (Fall/Winter 2007), 315–343, p. 337).

Yeo legt de nadruk op de aard van een record: het is een representatie van een activiteit. Een essentiële eigenschap van die representatie is de duurzaamheid, ofwel de persistence. De definitie doet geen uitspraken over de vorm, de structuur en de betekenis van de representatie. De definitie geeft wel aan dat een record wordt vervaardigd door mensen die betrokken zijn bij de activiteit.

Een andere definitie uit de recente literatuur is afkomstig van Kimberly Anderson. Zij stelt het volgende: “The record is an intentional, stable, semantic structure that moves in time.” (Kimberly Anderson, The footprint and the stepping foot: archival records, evidence, and time. In: Archival Science (2013) 13:349–371 P. 362).

In deze definitie ligt de nadruk op intentionaliteit. Dat betekent dat een record is vervaardigd met een bedoeling. Het is tevens stabiel, of met andere woorden: duurzaam. Het heeft een betekenis en een structuur. Een record kan bovendien ook in de tijd bewegen. Als je dat letterlijk neemt dan is dat een hele knappe prestatie. De definitie doet verder geen uitspraken over de aard en over de vorm van een record.

Beide definities hebben zeker hun verdiensten. Ze noemen eigenschappen op die ontegenzeglijk bij records horen. En ze noemen eigenschappen die records zouden moeten hebben. Je kunt je echter afvragen of de eigenschappen per definitie bij een record horen. Hebben termen als “persistent”, “intentional”, “structure” en “stable” niet meer te maken met de wéns dat een record zo is? Volgens mij zijn er miljarden records in de wereld die niet stabiel, niet duurzaam, weinig betekenisvol en niet of nauwelijks gestructureerd zijn.

Weet Sisyphus nu al meer? Hij zou nu kunnen begrijpen over waar records betrekking op hebben. En hij weet meer over welke eigenschappen records beschikken, of moeten beschikken. Het is echter niet duidelijk of Sisyphus nu al meer weet over wat ze nu eigenlijk zijn en vooral ook: waar ze uit bestaan.

Het derde voorbeeld van de definitie van records komt van de Society of American Archivists (SAA). Deze vereniging van archivarissen heeft een prachtige website. Die bevat een grote begrippenlijst in de vorm van een thesaurus. Als we kijken in deze glossary naar de term record dan komt Sisyphus een enorme hoeveelheid informatie tegen. Als eerste wordt duidelijk dat de SAA een record beschouwt als iets materieels: de bovenliggende term is Material. Vervolgens zijn in de glossary tientallen onderliggende termen opgenomen, die vrijwel allemaal bestaan uit de term record, aangevuld met een bijvoeglijk naamwoord.

De website van de SAA geeft maar liefst zeven betekenissen van het begrip. Die luiden als volgt: “~ 1. A written or printed work of a legal or official nature that may be used as evidence or proof; a document. – 2. Data or information that has been fixed on some medium; that has content, context, and structure; and that is used as an extension of human memory or to demonstrate accountability. – 3. Data or information in a fixed form that is created or received in the course of individual or institutional activity and set aside (preserved) as evidence of that activity for future reference. – 4. An instrument filed for public notice (constructive notice); see recordation. – 5. Audio · A phonograph record. – 6. Computing · A collection of related data elements treated as a unit, such as the fields in a row in a database table.- 7. Description · An entry describing a work in a catalog; a catalog record.” (https://www2.archivists.org/glossary/terms/r/record)

Sisyphus zou zich nu kunnen afvragen langs welke van deze zeven wegen hij zijn rots omhoog zou moeten rollen. Welke richting gaat hij op? Gaat hij misschien de definities volgen waarin de woorden data en information worden genoemd?

Wellicht verzucht hij: “But I’ve still got a long way to go.” (Elvis Costello-Sneaky Feelings).

Categorieën
Informatietheorie

Sisyphus en het D-woord (1/4)

Vaak wordt in ons vak tijdens discussies de vraag gesteld: wat verstaan we eigenlijk onder …?  Vul de woorden maar in: informatie, data, archief, archiveren, beheren, bewaren etc etc. Het D-woord valt dan. De D van Definitie. 

Het zijn oprechte vragen. Het zijn geen flauwe semantische discussies waarin spijkers op laag water worden gezocht. Het zijn ook belangrijke vragen. Want hebben we eigenlijk nog wel een gezamenlijk beeld van waar we mee bezig zijn? We kunnen toch moeilijk zonder. Ons vak heeft een metamorfose ondergaan vanwege de digitalisering van informatie. Dat maakt de behoefte nog groter. We leven in vloeibare tijden.

Zonder gemeenschappelijk gedragen definities is het onmogelijk om een zinnige discussie te voeren. Dialoog is dan uitgesloten. Laat staan dat je dan nog iets zinvols kan maken.  Een beroemd plaatje uit de ICT is die van de schommel. De gebruiker wil een schommel, en daarom willen alle betrokkenen een schommel. Vervolgens gebeurt dit: 

Wij geven vorm en inhoud aan de definitie. Vervolgens geeft de definitie vorm en inhoud aan ons leven. “We shape our tools and then they shape us”, zoals Winston Churchill zo ongeveer zei, en wat een gevleugeld woord werd van Marshall McLuhan. Het gaat dus over niets minder dan de vraag hoe we de wereld willen zien. Daarom is het van belang om je af te vragen wat je verstaat onder definities, en wat je met een definitie wilt bereiken.

Een aantrekkelijke, want gemakzuchtige, stellingname is dat een definitie  een eeuwig vaststaande, verlossende waarheid is. Het voordeel is dat je dan een vaste basis hebt. Het nadeel is dat die vaste basis helaas schijn zal blijken te zijn. Zelfs vrij stabiele begrippen als zon, koe, tafel en stoel zijn in de loop der tijden op zeer verschillende wijze gedefinieerd. Geen enkele definitie is onveranderlijk.

Het filosofisch realisme, waarin het subject zich buiten de werkelijkheid plaatst en “objectieve” uitspraken doet, is reeds lang verwezen naar de (overigens prachtige) geschiedenisboeken.

Er zijn vele andere stellingnames mogelijk. Een definitie kan bijvoorbeeld een omschrijving zijn van een kwalitatieve en/of ethische norm. Het kan ook een beschrijving zijn waarin je vooral wil omschrijven wat het doel is. Of wat de functie is. Of het veronderstelde nut. Een definitie kan ook zuiver utilitair zijn: als de omschrijving een nuttig instrument is, dan is hij OK, onafhankelijk van de vraag of die nog enige relatie heeft met de werkelijkheid. Een sceptische positie is ook mogelijk. Dan is iedere definitie haast een verzameling woorden die niets met de werkelijkheid van doen heeft. En we hebben ook nog de postmoderne positie dat een definitie altijd een verschillende betekenis zal hebben voor verschillende mensen. De pragmatische positie, tenslotte, is dat een definitie uit moet gaan van een verondersteld positief effect.

Als al die posities mogelijk zijn, is het dan volkomen willekeurig wat iemand onder een definitie verstaat, en hoe die iemand een definitie gebruikt? Nee, want dan zou het leven onleefbaar en ons werk onmogelijk zijn.  Het is dus nodig om stelling te nemen.

Ik ben pragmatisch ingesteld. Daarom vind ik dat een definitie zoveel mogelijk rekening moet houden met de context waarin deze gebruikt wordt. Daarom vind ik dat een definitie de potentie moet hebben om een zo gemeenschappelijk mogelijk beeld op te roepen waarmee daadwerkelijk concrete, positieve resultaten geboekt kunnen worden.

Het maken van definities is een Sisyphus-arbeid. Definities moeten voortdurend worden aangepast. Ze zullen nooit de status van absolute waarheid kunnen verwerven. Het werk zal nooit ophouden. Als het zo ver dreigt te komen, rolt de steen weer naar beneden en mag Sisyphus opnieuw beginnen. En dat gaat oneindig door.

Is dat een doembeeld? Ik denk van niet. Camus schreef dat we Sisyphus moeten zien als een gelukkig mens. Want meer kan een mens niet bereiken in dit absurde bestaan.

Categorieën
Algemeen

Een nieuwe lente en een nieuwe blog

Met dit bericht start ik mijn nieuwe blog. Daarin wil ik voornamelijk delen wat me opvalt in mijn leven, en welke gedachten ik daarover heb. Het kan gaan over de onderwerpen die me professioneel bezighouden. Maar het kan ook gaan over mijn andere interesses: schaken, muziek, reizen, filosofie en wandelen.

Het motto van de blog is Festina Lente (Haast u langzaam). Die klassieke spreuk is een oproep tot bezinning. Reflecteren op wat je doet, op wat je beleeft en op wat je om je heen ziet is in deze vluchtige en vloeibare wereld geen populaire bezigheid. Maar reflecteren: het nadenken over wat tot je komt en over wat je zelf doet, is naar mijn overtuiging de beste en snelste weg om te komen tot goede, weloverwogen en bruikbare ideeën, standpunten en overtuigingen.

Er zijn in de westerse intellectuele traditie grofweg twee manieren om te reflecteren. De eerste manier is individueel gericht: zelf analyseren en redeneringen opbouwen. De tweede is collectief gericht: in dialoog gedachten uit wisselen. De eerste is de weg van Aristoteles. De tweede is de weg van Plato.

Ik ga uit van een pragmatische, functionalistische visie op denken en doen. Volgens mij kunnen beide uitstekend werken. Ze vullen elkaar aan. Dus wandel ik geregeld in afzondering (ook heel veilig in deze tijd van het coronavirus) en wissel ik geregeld gedachten uit met vrienden en collega’s. Wellicht vinden de resultaat van beide methoden hun weerslag in deze blog.

Een blog ontwikkelt zich vanzelf, of het blijft een leuk idee dat niet zal doorzetten. Hopelijk zal het mensen aanspreken en vooral: aanzetten tot nadenken en doen.

De directe aanleiding voor dit blog is mijn voornemen om niet meer in vakbladen over informatiebeheer te publiceren. Toch kom ik genoeg interessants tegen waarvan ik denk dat het meer aandacht verdient.

Laten we zien waar dit toe leidt. Misschien herinneren we ons later wat we vandaag gezegd en geschreven hebben.