Categorieën
Algemeen Informatietheorie

Drie wegwijzers

Om enigszins wezenlijk in contact te blijven met de collega’s, is wederom het initiatief genomen om een estafettemail te maken. Dit keer staat niet de coronacrisis centraal, maar de boeken en muziek die voor jou van belang zijn geweest. In de afgelopen week was het mijn beurt. Hieronder volgt, in licht gewijzigde versie, mijn bijdrage.

Onlangs heb ik een mooi begrip bijgeleerd: het archimedisch punt. Dat is een metafoor voor een onbetwijfelbaar ankerpunt voor theorieën en overtuigingen. Je kunt zo’n startpunt ook beschouwen als prisma, of als wegwijzer. Hieronder treffen jullie drie van mijn wegwijzers aan.

In de Bovenkooi

Ik was 14 jaar oud, was overgegaan naar Atheneum 4, en had begrepen dat we literatuur moesten gaan lezen. Maar dat hadden we thuis niet in de boekenkast staan. Ik ging daarom naar boekhandel Overbosch in Enkhuizen en stelde de vraag: “Heeft u ook literatuur?”. Gelukkig trof ik een begripvolle verkoopster en na wat heen en weer gepraat pakte ze een boek van de plank. Ze raadde me aan om daarmee te beginnen. Het was In de bovenkooi van Maarten Biesheuvel.

Het is niet het beste boek dat ik ooit gelezen heb, maar het was wel een fantastische wegwijzer. Ik betrad totaal nieuwe werelden. Het debuut van Biesheuvel vliegt alle kanten op. Het gaat over brommers en stormen op zee, over tanker cleaning, over tragisch afgelopen scholierenliefdes, en, onvermijdelijk bij Biesheuvel, over psychiatrische inrichtingen. Sommige verhalen lijken zo weggelopen te zijn uit een bundel van Tsjechov. En er staat ook een lijst van schepen in, die afgekeken is van Homerus.  En altijd speelt dat ongelukkige brilletje een belangrijke rol.

De Barbaren

Zo’n jaar of 15 geleden begon ik na te denken over de volgende paradox: ik ben ict-er én ik ben archivaris, maar ict-ers en archivarissen begrijpen elkaar totaal niet. Hoe kan dat? Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat ICT-ers geen goed begrip hebben van de betekenis van het bestaan van informatie (ontologie), terwijl archivarissen geen goed begrip hebben van het ontstaan en van het verwerken van informatie (functie).

Dat lijkt een fraai inzicht. Maar daarna leerde ik dat dit eigenlijk schijnproblemen zijn. Dat heb ik te danken aan De Barbaren van Alessandro Baricco. Baricco, een Italiaanse schrijver en filosoof, schrijft dat “begrijpen” en “diepgang” tegenwoordig niet meer belangrijk zijn. Het gaat tegenwoordig om het vinden van correlaties op de oppervlakte. Oorzaak-gevolg denken is passé.  Dat is een relict van het 19e-eeuwse burgerlijke beschavingsideaal, dat in het google-tijdperk ten onder is gegaan. 

Baricco betoogt dat zowel subject als object een mutatie hebben ondergaan. Dat is een intrigerende gedachte.  Hij beschrijft dat de grond onder je voeten verandert. Daarom moet je grondig veranderen om te kunnen overleven. De macht is aan de barbaren: de vreemdelingen die wel in het landschap gedijen. In 2014 schreef ik daarom dat archiefinspecteurs kieuwen moesten krijgen om te kunnen blijven ademen.

Tijdens een presentatie die ik dat jaar hield bij de ICA in Brussel werden ze er bang van. En dat begreep ik dan weer niet. Het is toch superboeiend om getuige en deelgenoot te zijn van de meest grondige transformatie die ons vakgebied ooit heeft gekend?

Alessandro Baricco is in de afgelopen 10 jaar een grote professionele inspiratie geweest, naast die andere Italiaanse wegwijzer: de informatiefilosoof Luciano Floridi. Overigens heeft Baricco vorig jaar een opvolger geschreven: The Game. Dat moet ik nog lezen.

Revolver

Het duurt slechts 35 minuten en 1 seconde, het is opgenomen met een 4-sporen bandrecorder en het is gemaakt in 1966: Revolver. Het geldt nog steeds als het archetype van een goede popplaat. Voor mij is Revolver het startpunt geweest om allerlei andere muziek te leren kennen. Het is de wegwijzer geweest naar Bach en Schubert, naar wereldmuziek, rock, soul, gezellige schlagers, psychedelica en techno. Het staat er allemaal op. En de teksten bestrijken een breed spectrum van de menselijke conditie: slapeloosheid, eenzaamheid, verlangen, afwijzing, uitstelgedrag, pretentieloze onzin, dood, eeuwige wederkeer, liefde, zonneschijn en belastingen. En vergeet ook de hoes niet: een mooie collage van grafisch ontwerper Klaus Voormann.

Ik heb 6 exemplaren van Revolver. En ik wacht met smart op die nieuwe remix, inclusief Dolby Atmos-versie. Maar dat zal er wel van komen, ergens in de komende jaren.

Categorieën
Algemeen

Leven in tijden van Corona

It’s Getting Better All The Time

(… It Couldn’t Get Much Worse …)

Collega (…) beschreef in het 15e dagbericht op fraaie wijze hoe zijn leven er momenteel uitziet. Zijn circulaire caravan is bijvoorbeeld in staat om een Magical Mystery Tour uit te voeren. Indrukwekkend! Hij besloot zijn bijdrage met een blik van ver boven zijn rooftop, begeleid door het toepasselijke Fixing a Hole.

Ik kan daarom niet anders dan het stokje over te nemen door mijn stukje de titel It’s Getting Better All The Time te geven. Dat is immers het voorafgaande nummer op Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band.

Let Me Take You Down naar hoe het er bij mij uitziet.

Nadat Paul optimistisch heeft gezongen dat het steeds beter gaat,  antwoordt John dat het dan ook moeilijk slechter had gekund. Die tegengestelden geven wel ongeveer weer hoe het er in Amsterdam Noord eraan toe gaat. De slinger zwaait tussen verschillende stemmingen, gedachten en ideeën. Maar ondertussen gaat het leven toch ook lekker nuchter, op zijn Westfries en onverstoorbaar, verder.

In de afgelopen weken heb ik me zo goed mogelijk gehouden aan het devies: blijf thuis, behalve als je echt ergens heen moet. En o ja, een luchtje scheppen mag ook. Die laatste mogelijkheid heb ik met beide voeten aangegrepen. Ik woon op 5 minuten loopafstand van het weidse veengebied van Waterland, met dorpjes als Zunderdorp, Ransdorp en Durgerdam. Elke dag wandel ik daar.

Het is er de afgelopen weken heerlijk rustig gebleven. Op sommige plekken schrik je als aan de verre einder een vaag silhouet verschijnt dat op een mens lijkt.

Daarom raad ik iedereen ten sterkste af om erheen te gaan. Doe het niet. Er is niets aan. Het is lelijk. Het is er niet pluis. Er groeit gras en er lopen koeien. Bovendien loop ik er rond!

Het dagelijkse ritme van het werk is natuurlijk stevig veranderd. Zo zit ik al twee maanden niet in volle metro’s en treinen. Dat mis ik niet bepaald. Ik prijs me gelukkig dat we dit de komende tijd niet vaak hoeven te doorstaan. Die situaties leveren namelijk groot besmettingsgevaar op. Hoe dan ook, ik heb wel een paar degelijke mondkapjes besteld. Die komen helemaal uit Hamburg.

Maar er is veel dat ik oprecht mis. Het leukste aan toezicht houden is voor mij het op pad gaan: inspectiebezoeken afleggen, kennis delen, in discussie gaan, presentaties bijwonen en geven, etc.  Dat valt natuurlijk wel enigszins digitaal op te vangen maar het “aura”, zoals Walter Benjamin het wellicht zou noemen, verdwijnt een beetje. En uiteraard mis ik ook het bijpraten, brainstormen en even snel iets afspreken, dat je in een kantoor kunt doen. Overigens heb ik wel een diepteinvestering gedaan. Ik heb een Gispen bureaustoel gekocht. Mijn werkplek, met uitzicht op het groen, kan niet beter.

Naast het werk en het wandelen houd ik me bezig met een studie en met een paar cursussen. Ik doe een schakelprogramma Filosofie aan de Open Universiteit. Daarvoor had ik 22 april ‘s avonds een tentamen dat ik uiteraard thuis moest afleggen. Dat klinkt relaxed maar dat was het allesbehalve. Om 19.00 uur begon het, en om 23.30 was ik klaar. Het was een slijtageslag. De uitslag heb ik nog niet maar de docente heeft me per mail al wel verklapt dat het goed zit.

Een leuke cursus die ik daarnaast doe is Philosophy of Technology. Dat is gratis te volgen, maar je moet wel een bedrag betalen als je een certificaat wilt. Het is van het platform FutureLearn. Peter-Paul Verbeek van de Universiteit Twente is de docent. Het is superboeiend en heeft zeker ook verband met ons werk. Want onze aannames, methoden, uitgangspunten en technieken vallen uiteindelijk te herleiden naar fundamentele vragen, bijvoorbeeld over hoe we de wereld kunnen begrijpen, en waarom we welke ethische oordelen vellen.

Een andere liefhebberij is schaken. Ik mis heel erg de wekelijkse schaakavonden, de toernooitjes, de uitjes en de verdere afspraken. Ik organiseer voor mijn club een wekelijks onlinetoernooitje. Op die manier maken we er maar het beste van. We fantaseren over hoe schaken in een anderhalvemetersamenleving eruit gaat zien. Met mechanische grijparmen misschien?

Tenslotte ben ik in maart, zo ongeveer bij de start van de lockdown, begonnen aan een blog. Ik heb daar een denkoefening gemaakt over wat het object van ons vak is (leve Aristoteles!).

Daarnaast schrijf ik over een man wiens geschiedenis me al jaren fascineert en over wie ik graag een biografie zou willen schrijven: de nationale Estse held, en schaker, Paul Keres. Ook staat er ter download een schaakgeschiedenisboek dat ik in 1997 heb gemaakt.

De foto op de homepage is gemaakt in de koninklijke loge van het Teatro San Carlo in Napoli, vlak voor het aanbreken van het coronatijdperk, in afgelopen januari.

De lockdown begon toen de bomen voor mijn balkon nog een winterse aanblik boden. Inmiddels dragen ze een weelderige lentetooi aan frisse groene bladeren.

Take a Sad Song and Make it Better.

Er is geen reden tot klagen in deze groene, gouden kooi.

Categorieën
Algemeen

Een nieuwe lente en een nieuwe blog

Met dit bericht start ik mijn nieuwe blog. Daarin wil ik voornamelijk delen wat me opvalt in mijn leven, en welke gedachten ik daarover heb. Het kan gaan over de onderwerpen die me professioneel bezighouden. Maar het kan ook gaan over mijn andere interesses: schaken, muziek, reizen, filosofie en wandelen.

Het motto van de blog is Festina Lente (Haast u langzaam). Die klassieke spreuk is een oproep tot bezinning. Reflecteren op wat je doet, op wat je beleeft en op wat je om je heen ziet is in deze vluchtige en vloeibare wereld geen populaire bezigheid. Maar reflecteren: het nadenken over wat tot je komt en over wat je zelf doet, is naar mijn overtuiging de beste en snelste weg om te komen tot goede, weloverwogen en bruikbare ideeën, standpunten en overtuigingen.

Er zijn in de westerse intellectuele traditie grofweg twee manieren om te reflecteren. De eerste manier is individueel gericht: zelf analyseren en redeneringen opbouwen. De tweede is collectief gericht: in dialoog gedachten uit wisselen. De eerste is de weg van Aristoteles. De tweede is de weg van Plato.

Ik ga uit van een pragmatische, functionalistische visie op denken en doen. Volgens mij kunnen beide uitstekend werken. Ze vullen elkaar aan. Dus wandel ik geregeld in afzondering (ook heel veilig in deze tijd van het coronavirus) en wissel ik geregeld gedachten uit met vrienden en collega’s. Wellicht vinden de resultaat van beide methoden hun weerslag in deze blog.

Een blog ontwikkelt zich vanzelf, of het blijft een leuk idee dat niet zal doorzetten. Hopelijk zal het mensen aanspreken en vooral: aanzetten tot nadenken en doen.

De directe aanleiding voor dit blog is mijn voornemen om niet meer in vakbladen over informatiebeheer te publiceren. Toch kom ik genoeg interessants tegen waarvan ik denk dat het meer aandacht verdient.

Laten we zien waar dit toe leidt. Misschien herinneren we ons later wat we vandaag gezegd en geschreven hebben.